Twee dagen meelopen in het ziekenhuis – niets dan respect voor verpleegkundigen!

Als onderdeel van mijn inwerkperiode bij mijn nieuwe baan bij Nursing (een vakblad voor verpleegkundigen), draaide ik laatst twee diensten mee met een verpleegkundige in het UMC Utrecht. Het waren twee bijzondere dagen waarin ik ontzettend veel heb geleerd en mijn beeld van verpleegkundigen behoorlijk is veranderd.

Overdracht
Maandagochtend, tien over zeven. Na een druk weekend meld ik me – op de Dag van de Verpleging nog wel! – op de afdeling hematologie (bloedziektes), mijn werkplek voor de komende twee dagen. Nadat ik heb kennis gemaakt met ‘mijn’ verpleegkundige en mijn eigen kleding heb verwisseld voor een wit uniform, is het tijd voor de overdracht. In de gezellige koffiekamer vertellen de twee verpleegkundigen die zojuist uit de nachtdienst komen wat er die nacht zoal is voor gevallen en worden de patiënten verdeeld.

Meneer K. en de tampons
We doen een rondje bij de patiënten. De meeste hebben leukemie of een voorloper daarvan, en hebben daarom een stamceltransplantatie ondergaan. De eerste patiënt, meneer K., is meteen een heftig geval. Hij heeft een infectie opgelopen, en daarom zijn zijn holtes een paar dagen daarvoor doorgespoten en heeft hij tampons en verband in en op zijn neus. Hij ziet er erg ziek uit en bibbert door de koorts over zijn hele lijf.

Meneer K. blijkt die nacht hallucinaties te hebben gehad, een bijwerking van één van de medicijnen die hij slikt. “Er rende een waterbuffel door mijn kamer, ik werd met bed en al de hele kamer doorgeslingerd,” zegt hij zwak. Hij was niet bang, antwoordt hij op de vraag van de verpleegkundige. “Ik ben wel wat gewend,” zegt hij met een klein lachje.

‘s Middags worden de tampons en het verband eruit gehaald door de KNO-arts. De zoon van meneer K. is er inmiddels ook. Samen met een andere verpleegkundige breng ik meneer K. in zijn bed naar de andere afdeling. Meneer K. rochelt en kreunt als de verbanden uit zijn neus worden gehaald, hij heeft duidelijk veel pijn. En ik, die normaal mijn afwend als er ook maar één druppel bloed te zien is, sta koelbloedig naast hem en geef doekjes en bakjes aan als de arts daar om vraagt.

Avonddienst
De volgende dag, als ik om half vier arriveer voor de avonddienst, is meneer K. weer één van onze patiënten. Er zit een vrouw naast zijn bed. “Ben jij de journalist van Nursing?” vraagt ze. Ze blijkt vroeger verpleegkundige te zijn geweest en kent het blad dus. Meneer K. heeft haar over mij verteld. “Wat fijn dat je gisteren mee was met hem naar de KNO-arts.” Ik blijf nog een tijdje aan meneer K.’s bed staan praten. Als ik opmerk dat verschillende van zijn familieleden uit de zorg komen, zegt hij: “Helaas wel. Ik vind het maar niks. Op feestjes en verjaardagen moet het áltijd daarover gaan. Ze maken er zelfs grappen over. Ik ben bang voor ziekenhuizen en dokters. It’s not my cup of tea.” Ik heb met hem te doen.

Naast meneer K. hebben eigenlijk alle patiënten indruk op me gemaakt. Zoals de vrouw die nu nog vrij veel haar heeft, maar die zich toch maar vast ging laten informeren over een pruik. Of de Chinese man, die na een week thuis opnieuw werd opgenomen voor een tweede kuur, maar zó positief was over zijn herstel. Stuk voor stuk hebben ze me geraakt.

Respect voor de verpleegkundigen
Maar bovenal waren deze twee meeloopdagen bedoeld om een beeld te krijgen van het werk van een verpleegkundige. Er was geen betere manier om dat te krijgen. Ik heb enorm veel respect gekregen voor wat verpleegkundigen elke dag weer doen. Het kan ontzettend hectisch zijn in een ziekenhuis, heb ik gemerkt: je moet opletten dat patiënten de juiste medicijnen krijgen en alles dubbel (laten) checken, patiënten bellen om het minste of geringste of ‘zeuren’ om de kleinste dingen (“Nee zuster, ik wil een half glas water, geen heel glas”). En dan komen daar nog de dagelijkse werkzaamheden bij als bloeddruk en temperatuur opmeten, meerdere keren per dag rapporteren in de computer, katheters en stoma’s legen, maar ook: luisteren, hier en daar een grapje maken en positief zijn als een patiënt het even niet meer zit zitten. Ga er maar aan staan, elke dag opnieuw. Ik doe het ze niet na.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *