NU! EVEN! NIET!

Iedereen heeft ze wel eens: van die ontmoetingen met bepaalde mensen waar je op dat moment nét niet op zit te wachten. Omdat je haast hebt bijvoorbeeld, of omdat je gewoon even geen zin hebt om een geforceerd praatje te maken. Ik kwam laatst ook iemand tegen op een slecht moment, en probeer dan maar eens weg te komen.

haaaast

Zondagmiddag, één uur. Na een nachtje flink doorhalen ben ik op weg naar het station. Ik heb haast, en een kater. Dat laatste verhindert echter niet dat ik als een malle op mijn mountainbike tekeerga. Ik moet vanmiddag nog een enorm essay schrijven dat morgen af moet, en daarom moet ik op tijd de trein halen. En nee, dat kan niet vanavond, want dan kijk ik Boer Zoekt Vrouw.

Ik ben dus aan het fietsen. Of zeg maar gerust: racen. Als ik even flink doortrap kan ik de trein gewoon halen. Anders moet ik een halfuur wachten, en dat zou zonde zijn. En dan gebeurt het. Aan het eind van de straat zie ik een lichtblauw windjack opdoemen. Hoe dichterbij ik kom, hoe zekerder ik word van mijn zaak. Het kleine, bruine hondje dat voor haar uit drentelt, het kan niet anders dat dit een oude vriendin van mijn ouders is. Ik ben haar vaker op dit punt tegen gekomen. En elke keer houdt ze me aan voor een praatje. Wat op zich geen probleem is, maar nu wel, want ik heb nog altijd haast.

Een golf van totale paniek maakt zich van mij meester. Wat moet ik doen?! Een andere route kiezen is geen optie, dan haal ik die trein zeker weten niet. Ondertussen komt ze steeds dichterbij. Ik moet iets doen. Doorfietsen. Ik moet gewoon kéihard doorfietsen en doen alsof ik haar niet zie.

Oké. Daar ga ik. De wind blaast mijn haren alle kanten op en ik trap nog harder dan ik al deed. Een straaltje zweet sijpelt langs mijn rug. Maar ik zet door. Nog maar een klein stukje en ik ben haar gepasseerd. Ja. JA! Ik ben haar voorbij.

Pfieuw.

Net als ik zit te bedenken wat een genie ik wel niet ben, hoor ik in de verte mijn naam. Een begroeting. “Dag Láúra!” Ik kreun. Ik ben nooit goed geweest in negeren. Ik moet nu wel afstappen. “Héééé! Ik had je helemaal niet gezien joh! Wat léúk!” roep ik veel te enthousiast. Aangezien we elkaar al een tijd niet gezien hebben, moet er uitgebreid bijgepraat worden. Waarom gebeuren dit soort dingen altijd op zulke slechte momenten? Ieder ander moment had ik er helemaal geen problemen mee gehad om gezellig met haar te kletsen, maar niet nu.

Na een paar minuten met haar te zijn opgelopen zeg ik haar dat ik op weg was naar het station. “Oooh, je moet de trein halen, en ik sta jou hier gewoon op te houden!” zegt ze, weinig schuldbewust. Ik lach het weg, maar ben haar dankbaar dat ze eindelijk inziet dat ik nu toch echt weg moet. Vervolgens kwettert ze vrolijk door over haar zoon die nu ook op kamers gaat. Was ik soms niet duidelijk? Je zou bijna gaan denken dat deze vrouw wíl dat ik mijn trein mis. Na nog wat beleefde uitwisselingen van ditjes en datjes stap ik op mijn fiets. Een duidelijker teken is er niet, lijkt me zo. En gelukkig dringt het tot haar door en nemen we afscheid.

Ik ben nooit goed geweest met dit soort situaties. Je hebt eigenlijk geen tijd en wilt weg, terwijl je gesprekspartner hele andere dingen voorheeft. Ik denk dat ik te aardig ben. Ik vind het moeilijk om te zeggen: “Sorry, ik klets dólgraag een keer gezellig verder, maar nu komt het even niet uit.” Terwijl dat nou ook weer niet zó moeilijk is.

Volgens mij is het wel typisch een vrouwending, net als ‘nee’ zeggen. De volgende keer dat ik in zo’n soort situatie kom ga ik het gewoon oefenen. Net zo lang tot het me lukt. Ik zou eigenlijk een voorbeeld moeten nemen aan die manager uit de Cup a soup-reclame: gewoon ‘NU! EVEN! NIET!’ schreeuwen als het even niet uitkomt. Dan houdt iedereen vanzelf zijn mond. En die trein? Die heb ik gewoon gehaald.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *