Kleuren tot je erbij neervalt

Toen ik nog een klein Lauraatje was kleurde ik, net als zo’n beetje elk kind, heel graag en veel. Voor tekenen had ik niet zo’n talent, iets waar ik tot op de dag van vandaag van baal, maar kleuren – pfoe, er ging geen dag voorbij dat ik geen stiften in m’n knuistjes hield. En vaak deed ik het maar om één reden: ik wilde winnen.

Kleurwedstrijden waren razend populair, dus struinden m’n ouders en ik alle winkels in het nabijgelegen dorp af om maar zoveel mogelijk kleurplaten te verzamelen. En thuis maar kleuren. Kleuren tot ik erbij neer viel. Man man man, ik heb er wat potloden en stiften doorheen gejast.

En mijn harde kleuren werd beloond. Prijs na prijs sleepte ik binnen. Van speelgoed tot dagjes pretpark – ik ben zo vaak in Ponypark Slagharen geweest dat ik er nu een hekel aan heb – tot nieuwe stiften, waar ik meteen weer de volgende kleurplaat mee begon te kleuren.

Ik moet zeggen dat ik ook best talent had. Ik gebruikte speciale technieken en had een geheel eigen stijl: de randjes met stift en vervolgens met potlood inkleuren. Toen ik iets ouder werd nam ik zelfs meerdere kleurplaten uit de winkels mee, zodat ik heuse 3D-kleurplaten in elkaar kon knutselen. Echte kunstwerken waren het. Dat ik nooit ben doorgebroken in de kunstwereld is me nog steeds een raadsel.

De prijzen bleven niet beperkt tot lullige barbiepoppen of gezelschapsspelletjes, nee, ik heb maar liefst twee keer een fiets gewonnen. De eerste keer besloten mijn ouders dat mijn broertje er één mocht uitzoeken, omdat ik zelf net een week een nieuwe had. Huilen dat ik deed, húílen! Mijn verdriet was echter van korte duur toen ik kort daarna bij een andere wedstrijd nóg een fiets in de wacht sleepte. Ha!

Toen ik wat ouder werd was kleuren natuurlijk niet meer hip en kwam er abrupt een einde aan. Toen ik naar de middelbare school ging bracht ik mijn tijd voornamelijk door met het lezen van het coolste magazine ever: de Girlz! En je raadt het al, ik ging meedoen aan de winacties en de prijzen regenden weer binnen alsof het niets was. Tassen, make-up, kleding, volgens mij was er niets dat ik níét won.

Rond mijn vijftiende raakte ik de prijzen zat en huilde ik op mijn slaapkamer omdat ik meer geluk had in het spel dan in de liefde. Mijn vriendinnen hadden allemaal al eens een vriendje gehad, of op z’n minst gezoend, en ik zat daar maar met mijn prijzen. Het meedoen aan prijsvragen was echter een soort verslaving geworden – ik deed zelfs mee aan dingen die ik helemaal niet wilde winnen.

Nu valt er af en toe nog een prijs op de deurmat. Zo had ik laatst een weekend waarin ik op zaterdag meedeed aan een workshop waarvoor ik een plek had gewonnen, en zat ik op zondag met vriendlief in het theater te genieten van een musical waarvoor ik kaartjes had gewonnen. Ik heb het dus goed voor elkaar: ik win in het spel én in de liefde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *